WERKEN MET HET LICHAAM EN INTEGRATIE VAN ERVAREN EN BEGRIP: 3 UITDAGINGEN (19 MAART ’21)

Een tweedeling: wij, mensen, hebben de mogelijkheid tot ervaren – in belangrijke mate is dit ons lichamelijk ervaren – en ons vermogen tot begrijpen. Met onze bewuste geest, vanuit onze hogere hersenfuncties, proberen we wat we ervaren zo goed mogelijk te begrijpen, te ordenen, te verklaren,we leggen verbanden, en maken omtrent wat we ervaren autobiografische verhalen.
Heel duidelijk is dit waar het onze emoties en affecten betreft: onze emoties kunnen we beschouwen als het kunnen ‘lezen’ van de fysieke ervaringsstroom (als ik dit in mijn lichaam ervaar – niet per se bewust – dan weet ik dat ik me bang, verdrietig, blij… voel) (ref. P. Verhaeghe)

Psychotherapie richt zich heel vaak op (zelf-)inzicht en bewuste herinnering. Dit werk spreekt dus enkel, of op zijn minst hoofdzakelijk, de bewuste geest, de hogere hersenfuncties, aan. Binnen GPZ lijkt het ons een belangrijke meerwaarde het lichaam te betrekken.

Algemeen zijn we ons van die onderliggende fysieke ervaringsstroom lang niet altijd bewust. Wel kunnen we onze aandacht daar op richten, en we kunnen dat oefenen (denk aan mindfulness).

Specifiek bij trauma… de indrukken die pijnlijke, of zelfs gruwelijke, ervaringen achterlaten (we kunnen dit ook ‘chronische stress’ noemen), zijn fysieke gewaarwordingen of ‘affecten’ die niet ‘gelezen’ kunnen worden: tijdens dit soort potentieel overweldigende ervaringen voelen mensen zich immers genoodzaakt om zich af te schermen van wat ze voelen. Datzelfde gaan ze nadien doen met bedoelde affecten; ze laten deze m.a.w. niet in hun bewuste doordringen (ze onderdrukken, rationaliseren, ontkennen, verdoven…), maar kunnen deze dan ook vaak niet ‘lezen’ als emoties, en hebben geen woorden voor wat ze ervaren. Mensen ervaren het leven dan als chaotischer, worden vaker en sneller ziek, gaan meer angst en pijn ervaren.

Mogelijkheden tot herstel en het vermogen om tot nieuwe ervaringen te komen echter zijn te vinden in onze lichamen en in ons zenuwstelsel (Levine en Phillips).

  • Angst en pijn kunnen gaan afnemen wanneer we ons bewuster worden van de volledige ervaring (Voor korte tijd kan pijn hierbij wel toenemen). Een eerste uitdaging is dus de onderliggende sensaties of affecten bij gevoelens, spontane bewegingen en gebaren gewaar te worden: hoe weet je aan je lichaam dat je je op dat moment bijv. angstig voelt Wanneer je je niet op je gemak voelt, kan je een bewegingstendentie ervaren: welke beweging lijkt het lichaam op zo’n moment te ‘willen’ maken?
    Hier voeling mee krijgen vergt gefocuste aandacht of ‘awareness’, en het herstellen van een zekere nieuwsgierigheid voor wat zich in het eigen lichaam afspeelt.
    Wat hiertoe kan bijdragen is de ruimte in het dagelijkse leven om dat soort ervaren ruimte te bieden: een levenscontext met voldoende rustmomenten en omstandigheden die zich tot dit soort voeling lenen (bv natuur, niet strijdende communicatie).
  • Werkwijzen:
    • mindfulness,
    • somato-psycho-pedagogie,
    • experiential body work
    • fasciatherapie,
    • structureel lichaamswerk
  • Een tweede uitdaging zijn (zelf- en co-)regulatie, het harmoniseren van het zenuwstelsel en het herstellen van een ervaring van rust in het lichaam. Dit gaat gepaard met overzicht en ‘regie’/aanvaarding.
    Helpend zijn: zich sociaal omgeven voelen, voldoende rusten, ervaringen van ‘flow’.
    Werkwijzen:

    • ademhaling,
    • yoga,
    • penduleren (Levine),
    • EMDR,
    • structureel lichaamswerk.
    • Experiential Body Work.
  • Ons spier- en bottenstelsel beschermt ons lichaam tegen bedreiging door te verkrampen (zich klaarmaken om te incasseren, dan wel voorbereiden om te vechten of te vluchten). Zulke reacties worden zowel door een reëel risico op verwonding als door bv. de kans dat een belangrijke relatie schade zal ondervinden uitgelokt.
    Zulke verkramping kan ook veroorzaakt worden door twee conflicterende impulsen, bv. heel kwaad zijn op een ouder, met de al dan niet bewust ervaren onderliggende bewegingstendentie, én de inhibitie van dit gevoel, bv. uit schuldgevoel, medelijden, angst.
    Pijn en/of chronische stress ontstaat als zulke verkramping nooit tot ‘release’ komt. Hierin ligt een derde uitdaging op fysiek vlak.
    Twee belangrijke factoren verhogen aanzienlijk de kans op het gaan ervaren van affecten als pijn: de psychische component van pijn, zoals de verwachting pijn te zullen hebben, en het onvermogen om andersoortige – emotionele – pijn te herkennen, uit te drukken, betekenis te geven.
    Helpend om tot ‘release’ te komen kan zijn…

    • in actie komen, bv sport, lichamelijke arbeid.
    • wenen, lachen, spelen.
  • Werkwijzen:
    • specifieke manieren van ademhalen
    • een beweging traag (doen) herhalen, of een ‘aanzet tot beweging’ versterken, door het ondersteunen van een ledemaat (kussens), of door lichte tegendruk te geven. Dit kan dan leiden tot trillen, beven… én tot een (beter) begrip van de pijn.
    • rechtstreeks het lichaam tot trillen brengen (TRE / somatic experiencing)

Het werk op deze 3 vlakken – gewaarworden, zelfregulatie en tot release komen – maakt tegelijkertijd dat mensen omtrent datgene wat ze tevoren enkel in hun lichaam ervoeren ‘op verhaal kunnen komen’, of, m.a.w., tot begrip ervan komen. Dit betekent dan integratie van begrip en ervaren.