DE TIJGER ONTWAAKT (Peter Levine)

Een belangrijke visie op trauma

Het dierlijke lichaam reageert fors op potentieel levensbedreigende gebeurtenissen. Er zijn drie reactieve toestanden: het lichaam spant zich voor actie, zet zich schrap in angst, of bevriest (en bezwijkt eventueel).
Vechten en, als het bedreigde dier het gevecht waarschijnlijk zal verliezen, vluchten, zijn de eerste instinctieve reacties.
Als geen van deze reacties de veiligheid kan garanderen is er een derde mogelijkheid: als het organisme geen andere optie meer heeft, verstrakt het, en wordt de energie die anders zou ontladen worden in een vecht- of vluchtreactie, versterkt en vastgehouden in het zenuwstelsel.
Bij overweldigende bedreiging, wanneer de dood nabij lijkt, in situaties zonder mogelijkheid tot ontsnappen, kan elk zoogdier instinctief een ander bewustzijnsstadium ingaan, samengaand met onbeweeglijkheid, een toestand die in extremis heel erg op de dood lijkt: bezwijken, instorting.
In veel gevallen is deze reactie van bevriezen en onbeweeglijkheid de beste oplossing…

  • Op biologisch niveau is winnen irrelevant, en is deze reactie, net zoals vluchten, geen teken van tekortkoming of zwakte; het gaat om overleven, en bevriezen biedt deze mogelijkheid, alsook het voordeel van de daaraan gepaard gaande verdoving. (Een oordeel verbinden aan vluchten of bevriezen is typisch menselijk, en niet bevorderlijk voor herstel.)
  • Daar komt bij dat roofdieren er moeite mee hebben om een prooi te ontdekken die niet beweegt, eveneens een kans op overleven dus.
  • Een laatste functie betreft de groep: het dier dat valt trekt de aandacht van het roofdier weg van de anderen.
    Vechten, vluchten, bevriezen, en bezwijken zijn primitieve, automatische (niet bewust geplande, gekozen) gedragspatronen, georkestreerd vanuit het reptielen- en het zoogdierenbrein. We vinden die in alle diersoorten terug, van spinnen en kakkerlakken tot primaten en mensen. Dieren gaan ritmisch en gemakkelijk heen en weer tussen de staat van ontspannen alertheid en extreme waakzaamheid, en ook in en uit een toestand van bezwijken.

Bij mensen kan een hoge activatie gepaard gaan met moeite met ademhalen, koud zweet, een tintelende spanning in de spieren. Op zulke momenten kan ons vermogen om relatief rustig en met een zeker overzicht te reageren worden lamgelegd. Mentaal kunnen we een toename zien van gedachten, en een zich zorgen maken.
Mensen kennen ook de vierde genoemde reactieve toestand: bezwijken. Deze onbeweeglijkheid is de spreekwoordelijke ‘stroomonderbreker’ van het zenuwstelsel; als dit niet gebeurt, zouden we in een ernstige, onontkoombare situatie wellicht niet overleven. Het fysiologische mechanisme bevindt zich in de primitieve, instinctieve gedeelten van onze hersenen en van ons zenuwstelsel, het zogenaamde reptielenbrein (de andere delen worden in de ruwe opdeling van de hersenen zoogdieren- of limbisch brein, en menselijk brein of neocortex genoemd.)

Trauma

Bij het bezwijken blijft de overlevingsenergie van net tevoren, de vecht- of vluchtenergie, aanwezig in het organisme en in het zenuwstelsel, dit in scherp contrast met de uiterlijke schijndood; een toestand dus, vergelijkbaar met het tegelijkertijd hard intrappen van gas- en rempedaal.
Deze sterke activatie zal ook nog aanwezig blijken bij het verlaten van die toestand: een dier dat uit de onbeweeglijkheid ontwaakt, is helemaal gespannen, en klaar voor aanval of vlucht: in eersteinstantie bestaat dan, ook bij de mens trouwens, nog steeds de mogelijkheid om abrupt terug te gaan naar een vertwijfelde vluchtreactie of een razende tegenaanval. Biologisch gezien, als kans om te overleven, klopt dit ook. Denk maar aan wat er nodig is in de situatie waar het roofdier nog steeds aanwezig is wanneer een prooidier uit de onbeweeglijkheid komt. Als het gevaar zo kan worden opgeheven, zal er geen trauma ontstaan.

Het feit dat trauma bijna uitsluitend bij de mens voorkomt heeft met onze vervreemding van onze instinctieve natuur te maken: als een dier buiten gevaar is, zal het de overlevingsenergie letterlijk van zich afschudden, en zo weer de volledige controle over het lichaam krijgen, waarna het het gewone leven weer naadloos en probleemloos opneemt. Mensen echter hebben het moeilijk met het zich natuurlijk laten voltooien van deze overlevingsreacties…
… omdat ze voor de bewegingloosheid, horend bij die toestand, een diepgewortelde angst voelen.
Redenen zijn dat deze toestand voor ons, mensen, zoals gezegd, erg op de dood lijkt.
… omdat het ontwaken opnieuw gepaard gaat met de aanwezig gebleven hoge activatie, en deze gekoppeld raakt aan een beleving van intense woede, angst en hulpeloosheid. Angst voor deze emoties en om zichzelf en/of anderen geweld aan te doen, activeert weer de bewegingloosheid (een cirkeldynamiek die kan resulteren in bevroren ontzetting) én kan er voor zorgen dat die woede tegen zichzelf wordt gericht.
Om deze redenen gaan mensen het ervaren van die toestand – heel begrijpelijk maar ten onrechte – sterk proberen te vermijden. Een poging die nooit helemaal en altijd lukt: de ervaring dat je in gevaar bent ontstaat immers nooit enkel door wat we zintuiglijk waarnemen, maar ook door de gewaarwordingen die worden veroorzaakt door de doorgaans onbewuste ervaring van onze fysiologische toestand. De persoon die dreigend op je afkomt is een teken van gevaar, maar ook de reacties van je lichaam – toegenomen hartslag, samentrekkende maagspieren, een verhoogde en vernauwde waarneming, en een veranderde spierspanning – zorgen in belangrijke mate mee voor het ervaren van gevaar.
Wanneer we pogen dit niet te voelen, wordt de intense overlevingsenergie niet ontladen, en komen we in een cirkel van angst en onbeweeglijkheid terecht, wat cumulatief werkt: de onbeweeglijkheid wordt intenser, alsook de symptomen 1, die beide de functie hebben om die energie in bedwang te houden. Mensen blijven dan gevangen zitten in hun eigen angst, niet meer in staat om weer aan het leven deel te nemen, door her-ensceneringen of overdreven voorzichtigheid, door zich terug te trekken in slachtofferschap, of ze gaan zich net blootstellen aan gevaar. Het organisme ondervindt intussen een blijvend schokeffect. De bevriezing versterkt en verlengt, en maakt ook het opnieuw in beweging komen tot een op zich in toenemende mate beangstigende gebeurtenis. Dit is trauma: ons zenuwstelsel blijft bevroren in een soort schijndood.

Kortom… traumatische symptomen worden niet veroorzaakt door de gebeurtenissen zelf, maar ontstaan wanneer het proces van betreden, erdoorheen gaan, en weer verlaten van de bedoelde staat van onbeweeglijkheid niet wordt doorgemaakt en afgerond. Trauma komt dan ook enkel en alleen voor bij de mens, én bij gedomesticeerde dieren, alsook bij proefdieren die voortdurend worden blootgesteld aan stresserende omstandigheden.

Aanleidingen voor trauma kunnen heel divers zijn…

  • Oorlogservaring, een ongeval, foetaal of geboortetrauma, het verlies van een persoon met wie een hechte band bestaat, ziekte, hoge koorts, lichamelijk letsel, een val, misbruik, verwaarlozing en mishandeling, getuige zijn van geweld, natuurrampen, maar zelfs ook belangrijke, maar schijnbaar onschuldige zaken zijn, zoals operaties, al dan niet in de kindertijd, behandeling, verdoving, langdurig niet in staat zijn om te bewegen,: het lichaam kan zulke relatief onschuldig lijkende zaken registreren als een levensbedreigende gebeurtenis.
  • Een ander gegeven is ontwikkelingstrauma, het gevolg van niet-toereikende verzorging en begeleiding tijdens de kindertijd, dan wel voortdurend misbruik. Gezien het fundamentele levensbelang van passende afstemming – zonder afstemming kon onze soort niet overleven (fylogenetisch), en op heel jonge leeftijd zijn we 100 % afhankelijk van anderen – worden deze ervaringen instinctief eveneens als levensbedreigend ervaren. We doen dan ook alles wat we kunnen opdat aan onze fundamentele levensbehoeften wordt voldaan, én opdat we niet worden afgewezen in deze behoeftes aan passende afstemming.

Kenmerken van trauma

Vier tegelijkertijd en langdurig optredende zaken zullen bij een getraumatiseerde persoon altijd in zekere mate te herkennen zijn…

  • Hyperactivering
  • Verstrakking
  • Dissociatie
  • Bevriezing, verbonden met een sterke hulpeloosheid

De drie laatste beschermen het organisme op korte termijn. Traumasymptomen ontstaan dus in eerste instantie als kortetermijnoplossingen tegen extern en innerlijk gevaar (overweldiging).
De traumasymptomen die verderop kunnen gaan ontstaan – flashbacks, angsten en paniekaanvallen, slapeloosheid, depressies, psychosomatische klachten, geslotenheid, gewelddadige woedeaanvallen zonder aanleiding, herhaalde destructieve gedragspatronen – hebben als functie de niet ontladen energie in toom te houden, maar kunnen een leven uiteraard gaan hypothekeren.

De verwerking van trauma

Onze instinctieve natuur is volgens Levine ook bij behandeling van trauma een cruciaal uitgangspunt…
Wat we volgens hem niet nodig hebben is het ophalen van herinneringen, het nemen van symptoomonderdrukkende medicatie of beheersing met wilskracht en/of ratio/ontkenning. Als het reeds aangehaalde herstellende vermogen – het zich laten voleindigen van de automatische overlevingsreacties – hierdoor namelijk wordt geblokkeerd, fixeert dat de lichamelijke gevolgen van de gebeurtenis, wat neerkomt op een ontsporing van het aangeboren vermogen tot zelfregulering.
Dit is waarom enkel praten en het ophalen van herinneringen niet per definitie helpt, en zelfs hertraumatiserend kan werken.

Heel vergelijkbaar echter met de manier waarop, wanneer we ons verwonden, een nauwgezette serie biochemische gebeurtenissen in gang schiet, stelt Levine, bezitten we een potentieel tot genezing van psyche, wezen en ziel. Hij is er m.a.w. van overtuigd dat het instinctieve repertoire van het organisme van zoogdieren een belangrijke biologische kennis omvat die, als zij de kans krijgt, traumaverwerking mogelijk maakt of traumatisering voorkomt.
Als mens dienen we de loop van onze instinctieve reacties, met de hulp van onze hoogontwikkelde neocortex, van een reactieve naar een proactieve manier te brengen, en onszelf toelaten om de bedoelde staat van onbeweeglijkheid en verdoving te betreden en weer te verlaten. Op deze manier kunnen we de genoemde overlevingsenergie waarmee het lichaam in eerste instantie geladen werd lossen.
Concreet wil dit o.a. zeggen kan iemand dan koude rillingen gaan ervaren; via groeiende spanning kunnen we een vochtige warmte gaan ervaren. Wordt dit echter herhaaldelijk doorbroken, dan kande hulpeloosheid toenemen, en iedere volgende shock langer gaan duren (een toestand van niet kunnen kiezen tussen vechten of vluchten, wat een kenmerkend menselijk probleem is).
Dit herstel vraagt geduld en de nodige zachtheid. Geleidelijkheid en dosering (titratie) versterkt de effectiviteit; directe confrontatie riskeert hertraumatisering uit te lokken. De beste benadering is een open en nieuwsgierige houding, een observerende, niet interpreterende houding, ook bij opkomende herinneringen: observeer ze, ga er niet verder op in, laat gaan.

Opmerkelijk in dit alles is dat we niet het deel van ons moeten aanspreken dat ons onderscheidt van andere dieren, maar net datgene wat we met hen gemeen hebben: onze aangeboren instinctieve handelingen (zij het dan in samenwerking met onze typisch menselijke mogelijkheden tot zelfobservatie en beschouwing).

De weg naar herstel via de ‘felt sense’

De sleutel bij traumaverwerking is dus niet de intense emotie – wat we ervaren als woede, angst – maar de lichamelijke gewaarwording. We kunnen tot verwerking komen door het direct ervaren van het levende, voelende, wetende organisme, of, nog anders, van de zogenaamde ‘felt sense’.

Een felt sense is geen mentale ervaring, maar een fysieke. Een lichamelijk gewaar zijn van een situatie, een persoon of een gebeurtenis. Een innerlijk aura dat alles omvat wat je voelt en weet over een bepaald onderwerp op een bepaald moment – en dat het als geheel aan je meedeelt in plaats van stukje bij beetje. (Eugeen Gendlin)
Natuurervaringen kunnen verduidelijken wat de felt sense is: denk er even aan wat het verschil is tussen volgende beschrijvingen en de ervaring op zich: kijken naar een bergtop die baadt in een zachte gloed, of het stuivende water van de zee voelen als de branding op de rotsen slaat, of …
De felt sense verenigt een heleboel verstrooide gegevens en geeft het geheel betekenis. We ervaren het geheel van gewaarwordingen.

Oefening ‘eerste ervaringsinzicht in de felt sense (p 76 en 77).

Zelfs wanneer je jezelf er niet van bewust bent, vertelt de felt sense je op ieder moment waar je bent en hoe je je voelt. Het geeft de algehele ervaring van het organisme door. Misschien kunnen we de ‘felt sense’ het beste beschrijven als de ervaring in een levend lichaam te zijn dat de nuances van zijn omgeving begrijpt door middel van zijn reacties op die omgeving. Dit is dus een voortdurend veranderlijk gegeven. Wanneer je jezelf deze vaardigheden eigen maakt, kunnen je reacties op mensen, objecten en situaties beginnen gaandeweg door je gewaarzijn gaan bewegen als een voortdurend veranderende stroom.
Metafoor: vergelijk de felt sense met een rivier, en hoe die van karakter verandert in weerklank met zijn omgeving. Als onze felt sense eenmaal de omgeving heeft geïnterpreteerd en gedefinieerd, worden we één met de omstandigheden.
Ritme is een belangrijke eigenheid van deze fysiologische verschijnselen; zij vinden plaats in trage cycli, veel trager dan ons gangbare levenstempo. Deze cycli zijn van fundamenteel belang voor de transformatie van trauma’s; we dienen er op afgestemd te raken.

De felt sense maakt hiermee wezenlijk deel uit van onze ervaring mens te zijn, in die mate dat we ons mogelijk pas realiseren dat hij bestaat als we er welbewust op letten.

Een ander fundamenteel aspect van herstel is het opnieuw verenigen van verloren of gefragmenteerde delen van het essentiële zelf, doordat ze van hun taak worden ontheven. Eerder bevroren aspecten van iemands ervaring, die symptomen zijn geworden, dienen vanuit een sterk verlangen weer heel te worden opnieuw aan het zelf te worden verbonden.

Het aanwenden van onze instinctieve krachten

Voor een reptiel is bewuste keuze onmogelijk: elk gedrag en elke beweging is instinctief. De kleinste verandering in de omgeving brengt een onmiddellijke verandering in het organisme teweeg, in essentie naderen of zich verwijderen (de oriëntatiereactie: oriëntatie is het proces van te weten komen wat je positie is in relatie tot omstandigheden en omgeving, gecoördineerde patronen van spierbewegingen en op waarneming gebaseerd bewustzijn). Reageren op gevaar maakt hier uiteraard ook een belangrijk deel van uit. Deze afstemming is cruciaal voor de overleving van alle organismen.

Op het niveau van het primaire biologische organisme, het reptielenbrein, dat de mens met het dier gemeen heeft, bestaat er evenmin denken of theorievorming, enkel instinctieve reactie op wat zich aandient. Van hier uit worden onze aangeboren handelingspatronen gestuurd; het betreft een soort vooraf ingestelde programma’s, die alle primaire biologische reacties sturen: eten, rusten, voortplanting, verdediging. Het reptielenbrein is m.a.w. gecodeerd met het instinctieve ontwerp voor het gedrag dat de overleving van de soort veiligstelt (zelfbehoud en voortplanting).

Zoogdieren hebben hersenen met een reptielenkern, én een meer ontwikkelde structuur, het limbisch brein, dat het complexe emotionele en sociale gedrag stuurt dat reptielen missen. Deze vermogens vervangen de instinctieve impulsen uit het reptielenbrein niet; zij completeren ze. Het zoogdierenbrein biedt keuzemogelijkheden (bv vanuit het ‘begrip’ dat de overlevingskansen toenemen als men bij de groep blijft).

Mensen hebben een reptielen- én een zoogdierenbrein, en hebben uiteraard complementair de beschikking over de hogere hersenfuncties.

Het gegeven dat de prehistorische mens het hoofd moest bieden aan voortdurende levensbedreiging maakte dat ons zenuwstelsel zich zo ontwikkelde dat het krachtig en volledig reageert als we voelen dat ons leven op het spel staat. Van zodra een bedreiging wordt waargenomen brengt het zenuwstelsel dit vermogen, mits de persoon gezond is, in stelling. We voelen ons bij gebruik van dat natuurlijke vermogen sterk en levend, krachtig, vol energie, klaar om elke uitdaging aan te gaan.
Om gezond te blijven hebben ook ons zenuwstelsel en onze psyche dan ook uitdagingen nodig (activatie dus), die mogelijk maken te triomferen. Zo niet is de prijs een gebrek aan vitaliteit, genieten, verbinden, sensualiteit, verwondering. Diepe bevrediging is één van de resultaten van een volledig voltooide activeringscyclus. Dit zien we bij de ‘primitief’ levende mens, net zoals bij de prehistorische mens: voor hun veiligheid zijn/waren zij afhankelijk van aanwezig zijn in het hier en nu door het gebruik van de felt sense, van het vermogen zich op de omgeving af te stemmen en er één mee te worden, een toestand die gepaard gaat aan een diep gevoel van welbevinden, alert maar ontspannen.

In recentere levensomstandigheden echter werden wij, mensen, steeds afhankelijker van ons denkvermogen voor ons overleven, waardoor we afgescheiden, vervreemd, raakten van ons oude, instinctieve zelf, van het dier dat we ook zijn, en dus ook van deze instinctieve vermogens.
Specifiek bij de getraumatiseerde mens functioneert dit niet goed: vaak zal een stimulus hier eerder de onbeweeglijkheidsreactie oproepen dan de ‘juiste’ oriëntatiereactie. Het kan zijn dat mensen zich na traumatisering (veteranen bv) niet meer springlevend hebben gevoeld na de ervaringen waarvan sprake. Anderzijds zien we daar vaak precies een diep wantrouwen ten overstaan van de activeringscyclus, omdat die gekoppeld is geraakt aan de overweldigende ervaring door angst verlamd te zijn.

Dit neemt niet weg dat ook bij de hedendaagse (én bij de getraumatiseerde) mens de instinctieve vermogens vanuit het reptielenbrein beschikbaar blijven: o.a. de oriëntatiereactie, een reactie die we de ‘hé, wat gebeurt hier-reflex’ zouden kunnen noemen: verwachting, verrassing, waakzaamheid, en nieuwsgierigheid, alsook het vermogen om gevaar te bespeuren: waar is het, wat is het, is het gevaarlijk of gewenst? Dit vindt eerst plaats in het onderbewuste, op het niveau van de instinctieve reacties.
De spreekwoordelijke ‘taal’ van het reptielenbrein is gewaarwording: als we a.h.v. onze ‘felt sense’ ‘luisteren’ naar onze dierlijke natuur, kunnen we onze instinctieve strategieën, en van daaruit ons natuurlijke genezend vermogen, ontdekken, en precies dat is wat we nodig hebben om verlost te raken van de ondermijnende gevolgen van trauma: we dienen, zoals gezegd, de toestand van onbeweeglijkheid bewust te ervaren en los te koppelen van de angst (voor deze schijndood, voor de potentieel overweldigende gevoelens van angst en woede). Dit kan enkel heel geleidelijk gebeuren, met de hulp van ons hoogontwikkelde vermogen tot nadenken en waarnemen.
De drang om de onbeweeglijkheidsreactie af te ronden blijft altijd bestaan.

Het herstel – het creëren van condities voor herstel

Noodzaak van erkenning van het probleem

Een eerste stap is de noodzaak tot genezing te erkennen. De Westers-maatschappelijke overtuiging, die behoorlijk algemeen aanvaard is, dat kracht volharding betekent werkt dit tegen: met de kracht van de neocortex proberen mensen na overweldigende ervaringen vaak een beeld overeind te houden dat alles in orde is, en het leven verder te leiden alsof er niets (meer) aan de hand is.
Intussen blijven mensen dan last houden van onverklaarbare uitbarstingen, en graven de traumatische gevolgen zich dieper in. Uitdaging is dus te erkennen wat we ervaren, wat moed vraagt.

Genezing en de leefgemeenschap

In sjamanistische culturen worden ziekte en trauma’s gezien als ‘verkrachting van de ziel’: bij overweldiging kan de ziel worden gescheiden van het lichaam, waardoor mensen in een staat van spirituele onzekerheid en afwachting terechtkomen. Dit dient te worden omgekeerd.

  • Sjamanen doen dit vaak door voorspraak in de geestenwereld.
  • Ziekte en trauma worden tevens beschouwd als problemen die de hele gemeenschap aangaan, en genezing wordt dan ook gezocht in het welzijn van het geheel. De georganiseerde rituelen katalyseren de aangeboren genezende krachten, in een sfeer van steun en gemeenschap, van verwelkomende steun van vrienden, familie, en stam. Zij worden vaak beleefd als groepsvieringen.
  • Ook plantenextracten en andere farmacologische katalysatoren kunnen daarbij worden aangewend.

Aan het werk

Roep de ziel weer in het lichaam

Ontkoppeling van lichaam en geest, zich vaak op langere termijn uitend in een gevoelloze huid, is één van de belangrijkste gevolgen van een trauma. De functie hiervan is bescherming tegen sensaties en emoties die overweldigend kunnen zijn.

Oefening herstel zintuiglijke gewaarwording (p 71)

Belangrijke gegevens om onze omstandigheden in te schatten komen niet alleen van onze externe zintuigen, maar worden ook afgeleid uit de innerlijke gewaarwordingen van het lichaam (houding, spanning, bewegingen, temperatuur…).
Beschrijf wat je daar ervaart. Dit vraagt vaak alsof-termen (‘alsof ik zwanger ben van iets van metaal’). Voor dit werk is het meest van belang hoe de gewaarwordingen aanvoelen en veranderen;
je streeft er consequent naar te ervaren wat aanwezig is. Als je erbij blijft, zal je merken dat degewaarwordingen in kwestie veranderen. Bijna al deze veranderingen zijn bewegingen in de richting van een vrije stroming van energie en vitaliteit.

Oefening: ervaar de felt sense ahv neutraler beeldmateriaal (p 82 en 83)

Blijf je richten op gewaarwordingen. Ook als er beelden komen, en je je de vraag stelt of die echt zijn, zal het belang daarvan afnemen indien je je focus op gewaarwording aanhoudt.
Je trillerig en zwak voelen hoort bij de tekenen van normale ontlading.

Oefening: ervaar de felt sense ahv herinneringen en foto’s (p 84, 85, 86)

Heronderhandeling

– Elke heronderhandeling van een trauma is een mythische en heroïsche reis (aarding, veerkracht, meesterschap). De koppeling aan cultuur bekrachtigt dit (Bv. ‘wat vraagt het een sterke man te zijn in deze gemeenschap?’)

– Zijn er krachtobjecten in het verhaal, zaken met een krachtige symbolische betekenis? Deze kunnen een weg betekenen om via de felt sense contact te maken met de sterke krachten die in de symptomen zijn vastgelegd – agressie (het biologische vermogen om robuust en energiek te zijn), vreugde, competentie – deze levendige opwinding te helpen onderscheiden van angst, en ze geleidelijk te helpen mobiliseren, en letterlijk in beweging te brengen. Dit maakt dat iemand zich geen slachtoffer meer hoeft te voelen van de onbeweeglijkheidsreactie.

– De nodige veiligheid wordt gecreëerd opdat iemand zich kan overgeven aan de stroom van zijn / haar gevoelens, inclusief trillen en andere spontane ontladingen van energie.

Al doende dient het vertrouwen in een eenvoudige natuurwet hersteld te raken, en dat is: wat opkomt (activering) moet weer afnemen. Concreet wil dit zeggen: als we ons via de felt sense toestaan gedachten en gewaarwordingen te erkennen en ze hun natuurlijke verloop laten nemen, zullen ze een hoogtepunt bereiken, afnemen en oplossen. In dit verloop kunnen we, zoals gezegd, het volgende ervaren: trillen, golven van warmte, een volle rustige ademhaling, een kalmere hartslag, warm zweet, ontspanning van de spieren, opluchting, welzijn, veiligheid.

Recapitulatie: ons instinctieve niveau van functioneren / het reptielenbrein

Zoals reeds aangehaald is voor een reptiel bewuste keuze onmogelijk: elk gedrag en elke beweging is instinctief. De kleinste verandering in de omgeving brengt in het organisme een simultane verandering teweeg, in essentie naderen (in functie van voortplanting, voeding, afstemming) of zich verwijderen (van wat giftig, onveilig is). Deze instinctieve en onmiddellijke afstemming op de omgeving is cruciaal voor de overleving van het individuele dier en van de soort.
Voor het reptielenbrein van de mens gaat hetzelfde op: op dit niveau van het menselijk functioneren bestaat er geen enkel denken of geen theorievorming, enkel instinctieve reactie op wat zich aandient. Wat van hieruit wordt gereguleerd zijn onze aangeboren handelingspatronen, een soort vooraf ingestelde programma’s, die alle primaire biologische reacties sturen: eten, rusten, voortplanting, verdediging. Ons reptielenbrein is m.a.w. gecodeerd met het instinctieve ontwerp voor het gedrag dat de overleving van de soort veiligstelt, op vlak van zelfbehoud en voortplanting.
Dit functioneren heeft de mens dus met het reptiel gemeen, en wordt aangevuld met – en niet vervangen door – onze mogelijkheden vanuit zoogdierenbrein en neocortex.

Recapitulatie: bezwijken als overlevingsreactie

Een instinctieve overlevingsreactie wordt gestuurd vanuit het reptielenbrein: bij overweldigende bedreiging, wanneer de dood nabij lijkt, situaties dus zonder mogelijkheid tot vechten ofontsnappen, kunnen we als mens instinctief-automatisch een ander bewustzijnsstadium ingaan, een toestand die samengaat met onbeweeglijkheid, en die in extremis heel erg op de dood lijkt (bezwijken). Dit is de spreekwoordelijke ‘stroomonderbreker’ van het zenuwstelsel.
De functies van deze instinctieve reactie zijn overleving (door mindere zichtbaarheid voor het roofdier bij bewegingloosheid, en door mindere interesse van een roofdier: een lijk kan immers giftig voedsel zijn voor niet-aaseters) en verdoving (bij het gedood worden indien het toch zover komt).
Als mens zouden we het, als die spreekwoordelijke ‘stroomonderbreker’ zijn werk niet zou doen, in een ernstige, onontkoombare situatie zelfs wellicht niet overleven, omdat we volledig overweldigd zouden raken.

De toestand waar we dan abrupt in terechtkomen kunnen we metaforisch vergelijken met het tegelijkertijd intrappen van gas- en rempedaal: het organisme is nog geladen met overlevingsenergie, in extreem contrast met de externe bewegingloosheid.

Recapitulatie: vermijding van het ervaren van bewegingloosheid

Net zoals geldt betreffende alertheid, vechten en vluchten, bevriezen, gaan dieren probleemloos in en uit deze toestand na het bezwijken. Dit is bij mensen heel anders: mensen ervaren een intense angst voor de beschreven toestand, in de eerste plaats voor de bewegingloosheid (omdat die op de dood lijkt), maar ook voor de heftige overlevingsenergie die nog steeds onverminderd aanwezig is bijhet uit de bewegingloosheid komen, en die we als mensen ervaren als intense woede, angst, hulpeloosheid, schaamte. Voor die ervaringen deinzen we terug; de gevoelens die we ermee associëren proberen we te onderdrukken, ook uit angst om anderen of onszelf iets aan te doen.
Vermijding dus! Dit activeert opnieuw de bewegingloosheid.
Activiteiten zoals bv seks, een wedstrijd, autorijden, kan iemand dan eveneens uit de weg gaan, omdat de activering die erbij hoort geassocieerd is geraakt met genoemde gevoelens, én met de angst ervoor. Iemand kan m.a.w. geen onderscheid meer maken tussen vitale energie enerzijds, en activering en geassocieerde negatieve en angstwekkende gevoelens anderzijds.
Zolang zulke hoog geactiveerde toestand niet wordt ontladen, ontvangt het brein vanuit het organisme de informatie dat er nog steeds gevaar dreigt, en blijft het zenuwstelsel gestimuleerd worden om het benodigde niveau van activering in stand te houden of te vermeerderen. Zo ontstaat er een zelfbestendigende cyclus van activering die het systeem op termijn volledig gaat overbelasten.
Dat is de bevroren toestand van trauma.

Trauma wordt dus niet veroorzaakt door de gebeurtenissen zelf, maar ontstaat wanneer het proces van betreden, erdoorheen gaan, en weer verlaten van bedoelde staat van onbeweeglijkheid niet wordt doorgemaakt en afgerond.

Recapitulatie: het zelf herstellend vermogen

Tegelijkertijd is het precies in onze instinctieve vermogens dat we ook een krachtig potentieel tot genezing van psyche, wezen en ziel kunnen vinden… Op trauma, ervaring dus die buiten de spreekwoordelijke ‘oevers’ valt waarbinnen onze vertrouwde, voldoende veilige ervaring zich bevindt, reageert de natuur vanuit een zelfherstellend vermogen van het organisme (vergelijkbaar met hoe het lichaam een fysieke wonde heelt).

Dit potentieel tot genezing hangt samen met het gegeven dat de prehistorische mens het hoofd moest bieden aan voortdurende levensbedreiging. Dit maakte dat ons zenuwstelsel zich zoontwikkelde dat het in staat is om krachtig en volledig, vanuit vol potentieel, te reageren als we voelen dat ons leven op het spel staat: ontspannen alert, sterk en levend, krachtig, vol energie, klaar om elke uitdaging aan te gaan.
Vele mensen raakten, zeker in ons maatschappelijk bestel, vervreemd van deze instinctieve vermogens. Specifiek bij trauma is deze vitale energie geassocieerd geraakt met overweldiging door angst, woede, hulpeloosheid, en gaat iemand die activatie uitdrukkelijker actief vermijden. Toch kunnen mensen geholpen worden om weer connectie te maken met die energie, waarna die kan worden aangewend voor heling van trauma…

De spreekwoordelijke ‘taal’ van het reptielenbrein is gewaarwording: als we a.h.v. onze ‘felt sense’ (zie eerder) ‘luisteren’ naar onze dierlijke natuur (gewaarwordingen), kunnen we de instinctieve strategieën, en ons natuurlijke genezend vermogen, (her-)ontdekken. Om dit zelf herstellend vermogen (weer) beschikbaar te maken, dienen mensen de stroom van hun innerlijke ervaring durven vertrouwen, en die met het bewustzijn volgen. Dit staat volledig haaks op een focus op het ophalen van herinneringen, op het nemen van symptoomonderdrukkende medicatie of op beheersing met wilskracht en/of ratio/ontkenning.

Recapitulatie: hyperwaakzaamheid en Oriëntatie

Oriëntatie is het proces van te weten komen wat je positie is in relatie tot omstandigheden en omgeving. Het zijn gecoördineerde en automatische patronen van spierbewegingen en op waarneming gebaseerd bewustzijn. Het is een reactie die we de ‘hé, wat gebeurt hier-reflex’ zouden kunnen noemen, gepaard gaand met verwachting, verrassing, waakzaamheid, en nieuwsgierigheid, en ook het vermogen om gevaar (of veiligheid) te bespeuren wordt aangesproken: waar is het, wat is het, is het gevaarlijk of gewenst? Dit vindt eerst plaats in het onderbewuste.
Wordt tijdens de oriëntatiefase een daadwerkelijk gevaar waargenomen, dan lokt dat hyperactivering uit, wat zich op zijn beurt uit in onmiddellijke hyperwaakzaamheid. Elke verandering, extern dan wel intern, kan dan als bedreiging worden ervaren. Bij een ‘gezonde’ persoon volgt er dan een natuurlijke verdedigingsreactie. Indien dit de veiligheid herstelt is er niets aan de hand.

Constante hyperwaakzaamheid bij trauma

De getraumatiseerde persoon echter komt terecht in een toestand van aanhoudende hyperwaakzaamheid toestand: angst, verlamming en slachtofferschap. Dit versterkt de oriëntatiereactie en maakt haar durend en dwingend: de persoon voelt zich gedwongen om de bron van het gevaar te zoeken en te blijven zoeken, ook als dit een reactie is op de innerlijke hyperactiviteit, en niet op wat hij/zij ‘daarbuiten’ waarneemt. De primitieve oriëntatiereactie is immers geprogrammeerd om het onbekende in onze omgeving te determineren: de behoefte om de oorzaak van angst te vinden is dus een normale biologische reactie op een intense innerlijke activering.

Recapitulatie: hoe hier (niet) mee om te gaan?

Meestal pogen mensen na traumatisering de zaak steeds verder te onderzoeken met hun cognitieve vermogens, en/of ze proberen activering te vermijden, door het leven (of bepaalde contexten en situaties) in te perken.
Verklaren biedt echter geen soelaas: terwijl de neocortex hiermee aan het werk is, blijft het reptielenbrein nopen tot handelen.
Hetzelfde gaat op voor vermijding: om gezond te blijven hebben ons zenuwstelsel en onze psyche immers uitdagingen nodig (activatie dus), die mogelijk maken te slagen en te triomferen, eentoestand die samengaat met de diepe bevrediging van een volledig voltooide activeringscyclus.
Ervaren we geen uitdagingen, of gaan we die uit de weg, dan is de prijs die we betalen een gebrek aan vitaliteit, genieten, verbinden, sensualiteit, verwondering.
Zonder biologische ontlading en voltooiing keert de cyclus van schaamte en geweld telkens weer terug. Mensen gedragen zich alsof de oorspronkelijke traumatische gebeurtenis voortduurt, wat biologisch gesproken ook zo is.

De te volgen weg is, zoals we zagen, het gebruik maken van de ‘felt sense’, van het vermogen om ons bewust te zijn van hoe de gewaarwordingen in het lichaam aanvoelen en veranderen; je streeft er m.a.w. consequent naar te ervaren wat er is. Beschrijving vraagt vaak alsof-termen (een cliënt van me zei recentelijk: ‘alsof ik zwanger ben van iets van metaal’).
Dit is uiteraard weer een typisch menselijk vermogen: het vermogen om onze primitieve impulsen, die we delen met dieren, bewust te beschouwen en met het bewustzijn te volgen (ahv ons interoceptieve zintuig). We kunnen dit m.i. met recht en rede ‘mindfulness’ noemen, het open staan, in nieuwsgierigheid, van wat zich ‘daar’ – vooral in het lichaam – laat voelen; let op: ook het onaangename! In extremis kan MFN, gebruikt om onmiddellijk weer richting rust te gaan, zonder stil te staan bij de onaangename gewaarwordingen waar activatie mee samen kan gaan, zelfs een hulpmiddel zijn voor vermijding, ontkenning, onderdrukking.
Bijna alle fysiologisch ervaren veranderingen die we ‘daar’, in het lichaam dus, kunnen gewaarworden, zijn bewegingen in de richting van een vrije stroming van energie en vitaliteit. Als er beelden komen, waarvan je je afvraagt of die echt zijn, zal het belang daarvan afnemen indien je je focus op de ‘felt sense’ aanhoudt (zie ook ‘Omtrent geheugen’).

Heronderhandeling (komen tot gedoseerde ontlading)

Vervolgens dienen we onze instinctieve reacties, eens te meer met de hulp van onze hoogontwikkelde neocortex, van een reactieve naar een proactieve manier te brengen, en onszelf toe te laten om de bedoelde staat van onbeweeglijkheid en verdoving bewust te betreden en weer te verlaten: via de felt sense kunnen we namelijk contact maken met de sterke vitale krachten die in de symptomen zijn vastgelegd – agressie als het biologische vermogen om robuust en energiek te zijn, vreugde, competentie. We kunnen deze levendige opwinding (weer) leren onderscheiden van angst, en bedoelde energie geleidelijk mobiliseren, en letterlijk in beweging brengen. Hierdoor kunnen we de genoemde overlevingsenergie waarmee het lichaam in eerste instantie geladen werd alsnog lossen.

Mits de nodige zorgzaam- en traagheid kunnen we op deze manier tot een relatief rustige energetische ontlading komen die net zo effectief is als de dierlijke ontlading door instinctief te handelen: als we ons via de felt sense toestaan gedachten en gewaarwordingen te erkennen en ze hun natuurlijke verloop laten nemen, zullen ze een hoogtepunt bereiken, afnemen en oplossen. In dit verloop kunnen we gaan trillen, waarmee we de onbeweeglijkheid letterlijk van ons afschudden; van koude rillingen gaan we dan via groeiende spanning een vochtige warmte, of golven van warmte, ervaren, maar gaandeweg ook een volle rustige ademhaling, een kalmere hartslag, ontspanning van de spieren, opluchting, welzijn, veiligheid. Gevoelens van expansie en vreugde geven daarbij aan dat we het zelf herstellende vermogen ingaan.
Het zenuwstelsel pendelt dan tussen onbeweeglijkheid en vloeibaarheid, emoties tussen angst en moed, en waarnemingen tussen vooringenomenheid en ontvankelijkheid. In essentie pendelen we tussen expansie en samentrekking. Een fundamentele verandering kan dan plaatsvinden in ons zenuwstelsel: het herwint zijn vermogen tot zelfregulering (weer tot rust komen na activatie). Onze veerkracht en ons zelfvertrouwen versterkt. We kunnen tot niet oordelende acceptatie komen van wat er is. Iemand heeft geen behoefte meer aan wraak, en schaamte en schuld lossen op. We kunnen weer leren van onze ervaringen en kunnen beter genieten, we kunnen opwinding voelen zonder angstig gespannen te worden, en er komt meer spontaneïteit en bewondering voor het leven. Dit door te maken zorgt ervoor dat iemand zich geen slachtoffer meer hoeft te voelen van de onbeweeglijkheidsreactie. Dit is wat we heronderhandeling noemen.

Nogmaals, dit proces vraagt geduld en de nodige zachtheid. Geleidelijkheid en dosering (titratie) versterkt de effectiviteit, omdat we in staat blijven de onverwerkte aspecten van de traumatische ervaring in ons op te nemen aan een tempo dat we kunnen verdragen, in scherp contrast met directe confrontatie, die riskeert hertraumatisering uit te lokken.

Het geheugen bij hoge activering

Levensbedreigende gebeurtenissen triggeren activering. Het brein gaat op zo’n momenten razendsnel het heden met het verleden, met herinneringen dus, vergelijken, op zoek naar een passende reactie. Een herinnering is een ‘gestalt’ van een ervaring, en deze zijn geordend volgens niveau van activering, volgens het emotionele gehalte, de intensiteit, van de reactie dus.
Bij een ideale aanpassing op een levensbedreigende gebeurtenis scant het zenuwstelsel dus het geheugen, op zoek naar verwante significante beelden en mogelijke reacties op het juiste niveau van activering en samenhang. Het maakt een keus en laat ons daarnaar handelen.
Bij traumatisering echter raakt de manier waarop we informatie verwerken verstoord: het zenuwstelsel vindt geen passende reactie en er komt geen afronding; de gevoelens van razernij, doodsangst en hulpeloosheid escaleren (zie eerder). Dit op zich zet aan tot verdere activering en een voortgezet zoeken naar significante beelden, die weer meer activering uitlokken, en dus meer zoeken naar significante beelden, enzovoort.
Op een bepaald moment gaat het zenuwstelsel zelfs lukraak beelden uitkiezen, allen gerelateerd aan heftig activerende situaties, maar niet perse bruikbaar voor onze overleving op dat specifieke moment. In die zoektocht kan, door het willekeurige karakter van het zoeken op dat moment, elke informatie geïnterpreteerd worden als de oorzaak van de ervaren activering.
Als iemand in die toestand een beeld uitkiest dat wel dezelfde sfeer ademt, maar niet dezelfde inhoud heeft, wordt toch een herinnering gevormd: het hoge emotionele gehalte van de ervaring versterkt iemands geloof dat dit daadwerkelijk is wat er is gebeurd. Op die manier genereert elke emotionele activering, eens gekoppeld aan een beeld, een ervaring van herinnering.
Ook als iemand in een therapiesessie zulke hoge emotionele activering bereikt, kan elke suggestie of sturende vraag van de therapeut ingevoegd raken in de op dat moment tot stand komende vernauwde versie van een ervaring.
Uitdrukkelijker nog gaat dit op voor werkwijzen die een catharsis beogen: het zoeken van een catharsis – activering en intensiteit – versterkt het idee van het objectieve geheugen, en riskeert daarmee het trauma te versterken.

Uiteraard kunnen gewaarwordingen ook letterlijk overeenkomen met concrete herinneringen, maar de kans is eveneens reëel dat iemand bv emoties van woede, ontzetting, hulpeloosheid… vertaalt naar beelden (omdat de gewaarwording voelt als bv verkrachting). Dit is de manier waarop zogenoemde valse herinneringen kunnen ontstaan. Iemand kan gaan geloven dat iets hem/haar daadwerkelijk is overkomen.
Herinneringen kortom zijn processen, waarbij elementen van onze ervaring – ook zaken uit boeken, films, zaken die gelezen zijn…, worden samengevoegd tot een samenhangend, georganiseerd geheel, een soort mozaïek.

  1. Anorexia, slapeloosheid, promiscuïteit, manische hyperactiviteit (terreinen dus zoals eten, slapen, seks, die door het reptielenbrein worden gereguleerd).[]