THERAPIE O.B.V. DE POLYVAGAALTHEORIE (Deb Dana) – april ‘21

Doorgaans zijn we, zeker in therapie, gemakkelijk geneigd om naar het psychische te kijken, en daarbij te vergeten dat wat – letterlijk – eerst komt een automatische respons, afkomstig van het autonome zenuwstelsel, is.

Overleving van de zoogdieren was afhankelijk van hun vermogen om de activering van de verdedigingssystemen te verminderen met behulp van ervaringstoestanden van veiligheid, vertrouwen en coöperatie. We hebben het hier dus over een biologische noodzaak. De daarbij passende ontwikkeling van het zenuwstelsel maakte overleven mogelijk op momenten van gevaar, en opbloeien wanneer de toestand veilig is. Dit wordt aangestuurd via het autonome zenuwstelsel, dus zonder dat de bewust denkende delen van het brein hierbij worden betrokken.
Via drie subsystemen reageert dit autonome zenuwstelsel op sensaties uit het lichaam én op prikkels uit de omgeving: bedoelde drie subsystemen zijn de dorsale vagus (geactiveerd in situaties die associëren met levensgevaar, resulterend in immobilisatie), het sympathische zenuwstelsel (in situaties van ervaren gevaar of dreiging, resulterend in mobilisatie), en de ventrale vagus (geactiveerd in situaties die als veilig worden ervaren / ondersteunt sociale betrokkenheid, verbinding en coöperatie).

Via al onze relaties, te beginnen met de extreem belangrijke relatie baby – moeder, ontwikkelen we algemene geneigdheden om ons te verbinden of te beschermen, en een dynamisch evenwicht tussen beide.
Idealiter is onze autonome toestand in verhouding met het aanwezige risico, dan wel met de veiligheid die de omstandigheden bieden. Bij veel cliënten echter is de neuroceptie niet goed afgestemd: zelfs in veilige omstandigheden lukt het hen niet om hun verdedigingssystemen af te remmen, of ze slagen er integendeel in een risicovolle omgeving niet in om hun verdedigingssystemen te activeren.
Gelukkig kunnen latere ervaringen, ook in therapie, daar waar er sprake is van een geschiedenis met gebrek aan passende afstemming, geleerde geneigdheden tot bescherming nog omvormen.
Therapeut en cliënt kunnen samen deze fysiologische grondvesten waarop de psychische beleving rust onderzoeken en beïnvloeden. Daarover gaat therapie o.b.v. de polyvagale theorie: een herkennen van de eigen autonome toestand, en een leren kennen van het eigen potentieel om, tenzij in situaties van reële dreiging, veilige connectie mogelijk te maken.

Oefening

Begin met de ander doordringend aan te staren, met geconcentreerde blik, tikje boos. Stap dan over naar een neutrale blik, die weinig informatie geeft. Schakel vervolgens over naar een zachte, warme, uitnodigende blik.
De ander let erop welke signalen zijn neuroceptie hem geeft, en kan verwoorden welke boodschappen hij in elk van die blikken las.