Integratieavond 27 / 9 / ‘23
Enkele gedachten hoe ik, als psychotherapeut, een verrijking vond in de ontmoeting met mijn lichaamsgerichte collega’s en in het samen met hen uitbouwen van deze werking…
– We identificeren ons makkelijk met, maar zijn niet enkel, onze gedachten en gevoelens. We zijn ook een lichaam dat in de wereld staat.
In de eerste plaats oriënteren we ons strikt ruimtelijk vanuit het lichaam: boven, onder, links, rechts, achter, voor. We kunnen dit oriënteringsinstrument een zintuig noemen dat voortdurend actief is, elk moment van elke dag, om te stappen, om trappen op te lopen…
Maar er is meer: van bij de geboorte neigen we wat goed en voedend is te benaderen, en te wijken voor wat schadelijk is of kan zijn. Vanuit onze levenservaring volgt daarop echter een leerproces, waarvoor ik vaak de metafoor van een soort ‘ijking’ gebruik; een ijking van wat veilig is, en wat onveilig? (bv ‘de wereld is / de anderen zijn gevaarlijk. Ik zal wel afgewezen worden’). We hebben ons zulke meer duurzame verhouding met onze omgeving eigen gemaakt.
Deze verhouding met onze omgeving is herkenbaar in onze lichaamstaal: blik, houding, subtieler ook in bewegingsintenties (een blik die neigt neer te slaan, of een aanzet tot afwenden). Vaak beseft iemand deze eigen interne ijking niet: het is de vaak onbewuste kleuring van wat hij / zij ‘daarbuiten’ ervaart, wat ‘daar’ voor hem / haar daadwerkelijk aan de hand is.
De ander pikt deze lichaamssignalen, grotendeels onbewust, op: Dit is uiteraard wederzijds, en kan een aanzienlijke impact hebben op de uitwisselingen die een kans krijgen – of niet – tussen twee mensen.
De bedoelde verhouding met iemands omgeving resoneert ook onophoudelijk in zijn / haar eigen interne fysieke belevingswereld. Ik noem dit een meer constant ‘innerlijk klimaat’, een soort meer blijvende onderstroom voor de hier-en-nu-reacties op gebeurtenissen rondom ons. Ook dit is niet onveranderlijk geijkt van bij de geboorte, maar komt tot stand door eerdere levenservaring, én door de verwerking ervan: zo past iemand zich ‘plastisch’ aan aan zijn / haar omgeving zoals hij / zij die ervaart.
In het gegeven voorbeeld: iemand die geleerd heeft te verwachten afgewezen te worden, gaat zich doorgaans reeds anticiperend willen beveiligen, vaak door risico op afwijzing te voorkomen. Voorkomen / vermijden heeft echter als gevolg dat iemand de andere ervaring – in het voorbeeld ‘ik word niet afgewezen, ik word geaccepteerd’ – geen kans meer geeft: de geleerde impliciete overtuiging wordt dan niet meer tegengesproken door nieuwe ervaring.
Hoe onbeseft ook, de invloed van wat ik ‘het innerlijk klimaat’ noemde, is er constant. Hoe onbesefter, hoe groter de impact.
Hier komen we bij de zintuigen ‘interoceptie’ en ‘proprioceptie’, onze vermogens om ons bewust te worden van – respectievelijk – dit innerlijk klimaat, en van hoe onze geleerde verhouding met onze omgeving zich ook toont in de lichaamshouding. Dit is een krachtig instrument in therapie: iemand kan zijn / haar intero- en proprioceptie trainen, en gaan beseffen dat wat ‘daarbinnen’ gebeurt zijn / haar subjectieve beleving is, en geen objectieve realiteit. Hier ontstaat de ruimte om niet impulsief op een ervaren impuls te reageren (in het gegeven voorbeeld: zich terugtrekken, zich niet tonen), maar de eigen beleving van op enigeafstand te beschouwen, om de eigen neigingen tot reactie, en aanwezige bewegingsintenties, te her- en erkennen (in scherp contrast met onderdrukken, beheersen, rationaliseren). Dit vermogen is m.i. wat de mens onderscheidt van andere diersoorten, het vermogen dus omop een impuls niet automatisch één bepaalde reactie te laten volgen, maar op pauze te drukken, te beschouwen wat er daarbuiten en daarbinnen gebeurt, zichzelf te reguleren. Van daaruit kan de ruimte ontstaan om ander, meer voor het eigen leven dienstbaar gedrag, te stellen.
Mijn persoonlijke aanvoelen is dat deze vaardigheid, het gewaarworden van het eigen lichaam, tegelijkertijd verbonden is met gevoel van richting en zingeving in het leven; rationeel kan je dingen uitdenken, zaken oplossen, maar kan je geen zingeving ervaren.